V2_: Het urbane als handelingsveld
Text > interview

Het urbane als handelingsveld

cities | humans | data | actions | machines


 

interviewer

interviewed

date of creation

related to work


Interview met Andreas Broeckmann, Keulen, 24.1.1997.


 

AB: Terwijl in vroegere projecten van Knowbotic Research de dataspace ? een computer gegenereerde ruimte ? de centrale handelingsruimte vormde, houden jullie je in jullie meest recente projecten ("Anonymous Muttering", 1996; "IO_dencies", 1997) in sterke mate bezig met het spanningsveld tussen het urbane en het digitale. Als interface hanteren jullie het idee van het machinieke, dat niet alleen de technische hardware omvat, maar de complete sociale, technische en culturele inrichting van het stedelijke handelingsveld beslaat.


 

KR: Het urbane bestaat uit vele bestanddelen: uit bewegingen, uit veranderingen, uit woekeringen, uit het onvermogen om bepaalde kloven te overbruggen, uit storingen, uit opstoppingen en uit eruptieve uitbarstingen in verschillende richtingen. Deze dynamiek raakt steeds meer doorweven met technologische ingrepen en verschuivingen, en invloeden van de media.


 

Om met deze dynamische machines om te gaan, werken wij met verschillende, met elkaar samenwerkende componenten:
? deskundigen, zoals architecten en stadsplanners bij de huidige projecten, of natuurwetenschappers bij eerdere projecten;
? specifieke locaties, zoals momenteel bepaalde stadswijken in metropolen;
? bepaalde wetmatigheden en mogelijkheden van digitale systemen;
? en tot slot de discontinuïteiten van systemen die niet in computers kunnen worden vastgelegd. Dit zijn allemaal delen van een geheel die bij elkaar een "machine" vormen.


 

In ons huidige werk met urbane machines confronteren we collectieve met individuele handelswijzen. We vragen ons af of er nog zoiets als constructie, of construeren bestaat in een situatie waarin sociale en urbane systemen lijken uiteen te vallen en op te lossen. We zijn van mening dat het idee van constructies relevant blijft zolang we met machines werken. Alleen gaat het niet meer om een machine met een bepaald doel of functie, maar om een machine in de zin van een ruimer machine-idee, waarin verschillende behoeften en doelen naar wens kunnen worden geformuleerd. Daarom gebruiken we in dit verband ook graag het begrip "machiniek". Het is onze bedoeling om het onderzoek naar het urbane niet te laten plaatsvinden in een onafhankelijke, virtuele ruimte. We willen niet in een afgescheiden ruimte duiken, maar bewust de oscillatie verhogen tussen handelingsvelden van de reële stadsomgeving en van het digitale domein.


 

Hierbij speelt het aspect "weerstand" in een machiniek handelingsveld een belangrijke rol in deze onderzoeken. Weerstand is niet iets wat door de machine zelf wordt veroorzaakt, hoewel die ze wel kan opvoeren en kanaliseren. Het weerstandspotentieel ontstaat door dat men zich verplaatst binnen verschillende systemen. We zijn niet zozeer geïnteresseerd in de grenzen, als wel in de overlappingen van elektronische en niet-elektronische velden, die vragen om nieuwe handelingsmogelijkheden.


 

We zijn ons bewust van de vraag in hoeverre het zin heeft onderscheid te maken tussen de wereld van de mensen en de wereld van de machine. We proberen dit vraagstuk op te lossen door aan projecten te werken, omdat het onmogelijk lijkt om dit puur theoretisch op te lossen. In elk geval zien we de machine als een gereedschap, die in relatie met de mens spanning, wrijving en weerstand veroorzaakt. De machine op zich brengt weinig nieuws tot stand, ze ontwikkelt geen eigen vorm van intelligentie, komt niet tot onverwachte conclusies of ontdekkingen en komt niet ongevraagd met voorstellen. Maar het potentieel van de machine stelt ons in staat onze handelings- en interventiemogelijkheden binnen bestaande maatschappelijke relaties te onderzoeken.


 

MACHINIEKE TENDENZEN


 

AB: Het concept van het machinieke impliceert in zekere zin een biologische connotatie, die in het technologische domein wordt ingebracht. Aspecten als niet-controleerbaarheid, niet-doelgerichtheid en onnauwkeurigheid worden deel van de technologische installatie. Misschien moet technologie hoe dan ook zo worden benaderd: als een machine die te complex is om te beheersen en te controleren, en waarmee je alleen lokaal handelend iets kunt doen.


 

KR: We zien het biologische als een vorm van bewegen die wordt gekarakteriseerd door tendenzen die in een of meer vaststaande richtingen leiden. Je moet niet proberen die tendenzen van buiten af te controleren door op zoek te gaan naar wetmatigheden of door ze op een andere manier proberen vast te stellen. In plaats daarvan kun je handelingsvormen ontwikkelen die uitgaan van de opvatting dat je zelf deel uitmaakt van de machinieke structuur. Vervolgens kun je dan beslissen of je wilt samenwerken of dat je weerstand wilt bieden: of je de tendens wilt accepteren, versterken of een andere richting wilt geven.


 

Uiteraard heb je daarmee niet de volledige controle over de situatie, maar handel je altijd in relatie tot hetgeen elders in de machinieke structuur gebeurt. Je maakt er deel van uit en je kunt wel weerstand bieden, maar als andere krachten domineren, word je meegevoerd in de stroom. Je beheerst het systeem niet en je zult ook nooit in een positie verkeren van waaruit je het hele systeem van buiten af kunt overzien. Ook de mogelijkheden tot samenwerking met anderen zijn altijd beperkt. In de nieuwe projecten met betrekking tot het urbane is er geen sprake van een samenhangend geheel. Er zijn altijd alleen maar mensen die op bepaalde plaatsen met elkaar werken, en daar ontstaan dan fragmenten van operationele velden.


 

Ons interesseert de vraag of er mogelijkheden zijn om via het digitale domein de huidige veranderingen van het urbane domein te benaderen, en er vormen van twijfel en weerstand in te brengen. Wat ons interesseert, is niet zozeer de verwerking van en de omgang met data, als wel de omgang met onzekerheden en onduidelijkheden tussen het ervaringsdomein en het digitale domein, tussen technologie, waarneming en handeling.


 

Deze beweging maakt misschien deel uit van een "biologisering van het technologische", dat niet meer moet worden gezien als een systeem dat functioneert volgens regels die kunnen worden vastgelegd. Wanneer het machinieke wordt toegepast op de technologie, betekent dat dat die technologie doorweven raakt met het tendentiële, met het oncontroleerbare, en dat de technologie alleen bestaat binnen de relatie tot de andere elementen van de formatie.


 

VERLANGEN EN SUBJECTIVERING


 

KR: Er zijn zeer specifieke economische maar ook culturele krachten, die het verlangen naar bepaalde handelswijzen opwekken. Voor ons is de vraag van belang of je misschien met behulp van technologische machines een andere manier kunt ontwikkelen om om te gaan met of je bewust te zijn van je verlangens. Wat het machinieke als beweging laat zien, is dat het verlangen niet te sturen is, maar dat je het in een kader kunt plaatsen waarin je kunt constateren dat je niet lineair met de krachten van je eigen verlangen omgaat.


 

Er moeten naast de economische belangen en voordelen die de nieuwe technologische gereedschappen bieden ook sociale belangen zijn, die hiermee tot stand gebracht worden, of die ze in elk geval beloven te realiseren. Het resultaat op subjectief niveau is een gelaagd soort verlangen, dat zich niet alleen van buiten af laat implementeren en afdwingen. Verlangens zijn niet allemaal afhankelijk geworden van CNN en Microsoft, noch zijn ze volkomen ongestuurd en ongecontroleerd. Er zijn ook uiterst persoonlijke krachten en wensen in het spel, die vermengt en parallel lopen met duidelijke hiërarchische structuren. De mogelijkheid bestaat om daarmee op dit punt in te grijpen en met dit gelaagde verlangen artistiek aan het werk te gaan en operatieve velden te genereren waarin je die verbanden samen met anderen kunt onderzoeken.


 

AB: Kunnen jullie in dit verband iets beginnen met het concept van het "machine-worden"? Ik bedoel met "worden" een vorm van subjectivering in een permanent proces, een voortdurend "anders worden", een vloeibaar worden van de positie van het individu. Wat zou het betekenen als je dit concept van subjectivering in verband bracht met het idee van het machinieke? Wat zou de consequentie zijn van het opvatten van het zelf als onderdeel van machinieke structuren?


 

KR: De kritieke vraag voor ons zou zijn: wat betekent het "machine-worden" als intuïtief proces? In zeker opzicht kunnen onze machineconcepten juist dat als effect hebben. De bewerking van het digitale materiaal, het verblijf in onze formaliseringen van het machinieke ofwel in onze reële-digitale domein-installaties, komt neer op het tijdelijk opgaan in de structuur. Belangrijk voor ons was daarbij de schizofrenie van de situatie: aan de ene kant het opgaan in de situatie, en aan de andere kant het bewustzijn van die verbinding, de relatie en de spanning tussen gebruiker en machine. Het totaal erin opgaan of ermee vermengd raken, niet meer weten waar ik me bevind, dat heeft geen zin als deze toestand niet wordt afgewisseld met fasen waarin ik me daarvan bewust ben. Als je voortdurend heen en weer gaat tussen die velden, als het persoonlijke verschijnt en weer verdwijnt, zijn er heel specifieke, eventueel machinieke subjectiveringsprocessen mogelijk.


 

De handelings- en ervaringsmogelijkheden die deze projecten bieden, kunnen over het algemeen niet zozeer als zelfbespiegelend worden gekenschetst, maar eerder als intuïtief. Het subject vormt zich weliswaar steeds ook door terug te grijpen op een reeds bestaande consistentie, maar het is gelijktijdig in wording en bepaalt zich steeds in relatie tot nieuwe machinieke handelingscontexten, die steeds nieuwe, subjectiverende effecten hebben.


from publication